Digitale geletterdheid

Leerlingen groeien op in een digitale wereld. Ze moeten hun weg kunnen vinden in de digitale samenleving en veilig, creatief en kritisch kunnen handelen.

Digitale geletterdheid draait om alles wat iemand in een digitale samenleving moet kennen en kunnen. Naast taal, rekenen en andere vakken, moeten leerlingen nu o.a. goed leren werken met de computer of kritisch kunnen omgaan met online bronnen.

Wat houdt digitale geletterdheid nu precies in? SLO benoemt vier vaardigheden binnen digitale geletterdheid die van belang zijn voor leerlingen: ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking. Deze vier vaardigheden maken onderdeel uit van de zogenaamde ‘21e eeuwse vaardigheden‘.

ICT-basisvaardigheden

Leerlingen moeten begrijpen hoe een computer en een netwerk werken. En ze moeten er uiteraard ook mee kunnen omgaan! Denk hierbij bijvoorbeeld aan het schrijven in code, maar ook het werken met standaard kantoorprogramma’s.

Informatievaardigheden

Online vind je een wereld aan informatie! We gebruiken zoekmachines om al onze vragen te beantwoorden. Iedere leerling moet daarom online informatie kunnen zoeken, vinden en verwerken. Daarnaast is het ook belangrijk om te beoordelen of deze informatie ook betrouwbaar is. Want niet alles wat je online vindt, is waar.

Mediawijsheid

Nieuwe media is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. We delen ontzettend veel met elkaar online. Is het wel verstandig om alles online te gooien? Hier gaat het bij mediawijsheid onder andere over. Leerlingen moeten namelijk bewust en met een kritische blik kunnen deelnemen aan deze gemedialiseerde wereld.

Computational thinking

Bij computational thinking leren jongeren een vraagstuk ontleden en alle informatie in logische stukjes verdelen. Dat is eigenlijk wat een computer ook doet. Wanneer je alle informatie bij elkaar hebt, probeer je een algemene oplossing te vinden. Zo kun je de oplossing opnieuw toepassen op soortgelijke vraagstukken.