Leerlijn digitale geletterdheid

Toekomstbestendig onderwijs maak je met de doelen van digitale geletterdheid. Met onze doorlopende leerlijn bied je als school digitale vaardigheden aan als een structureel onderdeel van je curriculum.

De leerlijn

Basicly heeft lesmaterialen ontwikkeld, gebaseerd op de aanbodsdoelen van Stichting Leerplanontwikkeling (SLO). De leerlingen ontwikkelen door de lesmaterialen op het platform kennis en vaardigheden over informatievaardigheden, mediawijsheid, ICT-basisvaardigheden en computational thinking. Waarom zijn de aanbodsdoelen van SLO als uitgangspunt genomen? Op dit moment wordt er gewerkt aan een curriculumherziening in het basis- en voortgezet onderwijs. De onderwijsdoelen worden geactualiseerd en in de voorstellen zijn de huidige leergebieden aangevuld met onder andere digitale geletterdheid. De lesmaterialen van Basicly sluiten aan op deze voorstellen.

De Basicly niveaus

Het basis- en voortgezet onderwijs kan aan de slag met de doorlopende leerlijn, die is opgedeeld in digitale start en digitale basis. In de start maken de jongste leerlingen kennis met de digitale wereld. Dit doen ze voornamelijk met offline werkvormen; dus zonder digitaal apparaat. Er zijn eenvoudige en prikkelende lesmaterialen beschikbaar die goed aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen uit de onderbouw van de basisschool. Zo leren ze bijvoorbeeld Basy kennen; een praathond die samen met de leerlingen in video’s verschillende ontdekkingen doet over de digitale wereld. De digitale start is verdeeld in twee niveaus. Daarna gaan leerlingen verder in de digitale basis, die verdeeld is in drie niveaus. De leerlingen bouwen aan de basis van hun digitale ontwikkeling. Ze werken aan digitale vaardigheden en leren bewust een plek in te nemen in de digitale wereld. In totaal zijn er dus vijf niveaus, zodat er altijd passend lesmateriaal is voor de leerlingen. Jij als leerkracht kan het best inschatten welk niveau geschikt is voor jouw groep. Maar om een indicatie te geven, zijn er leerjaren bij de verschillende niveaus gezet. 

Leerpaden 

Alle lesmaterialen zijn ondergebracht in leerpaden. Er zijn leerpaden op vijf verschillende niveaus voor de vier onderdelen van digitale geletterdheid. Een leerpad is zo samengesteld dat het flexibel kan worden ingezet. Ga je klassikaal aan de slag of werken leerlingen in groepjes aan digitale geletterdheid? Wordt een leerpad als project ingezet of geef je juist liever aparte lessen? En werken leerlingen uit verschillende groepen ook met elkaar samen? Je kunt samen met je collega’s bepalen wat voor jullie werkt. 

Dit leren de leerlingen 

Zoals eerder is uitgelegd, werken leerlingen van verschillende leeftijden aan de vier onderdelen van digitale geletterdheid. We willen zo goed mogelijk aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. De manier waarop leerlingen werken met de lesmaterialen verschilt daarom per niveau. Hieronder lees je meer over hoe dit eruit ziet in de praktijk. 

Niveau 1

De jongste leerlingen gaan onder andere kennismaken met de computer. Tijdens een kringgesprek komen leerlingen erachter dat er in veel apparaten een computer zit. Ze zien dit terug in de praatplaat en wie weet kunnen ze thuis nog meer voorbeelden bedenken. De leerlingen gaan ook zelf aan de slag met een apparaat: ze leren hoe ze een foto moeten maken tijdens een speurtocht. 

Niveau 2

Computational thinking is een van de onderdelen van digitale geletterdheid en klinkt wellicht als een lastig begrip. Maar de leerlingen gaan in hun digitale start hier al mee aan het werk! Zo wordt jij als leerkracht tijdens een les hun robot. Leerlingen geven de juiste commando’s, zodat jij een broodje hagelslag kunt smeren! Basy, de praathond, legt in een video uit hoe de leerlingen kunnen denken als een computer.

Niveau 3

Leerlingen hebben tijdens de digitale start al kennis gemaakt met onderzoek doen. Met deze basis gaan de ze nu verder. De leerlingen ontdekken wat goede zoektermen zijn en hoe ze de juiste bronnen kunnen vinden. Dit leren ze onder andere door zoekopdrachten van de leerkracht uit te voeren. Welke leerlingen kunnen opzoeken wie de winnaar was van het WK in 2006?

Niveau 4

Aan het eind van ieder leerpad mogen de leerlingen iets presenteren. Dat kan op allerlei verschillende manieren. Maken de leerlingen bijvoorbeeld een poster? Of ontwikkelen ze een app? Met behulp van video’s kunnen de leerlingen individueel, in groepjes of klassikaal leren hoe dit moet. 

Niveau 5

Veel leerlingen zijn langzamerhand actief op (sociale) media. Ze werken daarom op school aan hun mediawijsheid. Ze ontdekken bijvoorbeeld dat ze een online identiteit hebben. Door middel van casussen leren leerlingen dat het belangrijk is om na te denken over welke berichten en foto’s je online zet. Wanneer is het handig om een bericht te delen? En wanneer juist niet? Leerlingen gaan hier met elkaar over in gesprek.